
Humor als wapen
Waarom een scheet in Indonesië comedy is en Hans Teeuwen in Nederland alles mocht vernietigen
Indonesische humor: veilig, fysiek en betekenisloos
In Indonesië werkt humor eenvoudig en direct. Een scheet leidt tot lachen. Iemand die valt eveneens. Slecht uitgesproken Engels ook. De handeling zelf is de grap. Er zit geen boodschap achter, geen aanval, geen risico. Humor heeft hier één duidelijke functie: sociale harmonie bewaren. Alles wat confronteert, ontregelt, macht raakt of morele spanning oproept, valt buiten wat als “humor” wordt gezien.
Westerse satire: humor als aanval
In Nederland functioneert humor fundamenteel anders. Satire is hier niet bedoeld om spanning te vermijden, maar om haar juist op te zoeken. Ze ontmantelt heilige symbolen, vernederd macht, breekt taboes en test de grenzen van vrijheid. De meest extreme belichaming van deze vorm van humor is Hans Teeuwen.
Hans Teeuwen en het koningshuis: niets is heilig
Hans Teeuwen beperkte zich niet tot milde kritiek op de monarchie; hij ontheiligde haar bewust. In een beruchte monoloog beschreef hij een expliciete seksuele handeling met de koningin. Niet om seks, maar om een principe te demonstreren: zelfs het hoogste nationale symbool kan worden gereduceerd tot iets ordinairs. In onderwijs- en mediacontext wordt dit correct weergegeven als: *“Ik heb de koningin **.” De exacte inhoud is bekend; de schok was de boodschap. Het punt was niet provocatie om de provocatie, maar het idee dat niets boven spot staat.
Hans Teeuwen over islam en moslims: gevaarlijker terrein
Teeuwen ging verder dan staatskritiek en richtte zich ook op religie, inclusief de islam. Hij deed dat niet subtiel, niet diplomatiek en zeker niet “respectvol”. Hij gebruikte grove taal, overdrijving, belediging en generaliserende beeldspraak. In zijn optredens noemde hij moslims in extreem denigrerende termen (gecensureerd in kranten) en beschreef religieuze figuren in seksueel en verbaal grove beelden. Cruciaal is dat hij niet individuele gelovigen aanviel, maar het idee van heiligheid en onaantastbaarheid. Zijn boodschap was consistent: “Als iets niet bespot mag worden, heeft het macht over je.”
Waarom dit in Nederland kon
Nederland accepteerde dit — met woede, debat en protest — maar zonder strafrechtelijke vervolging. Dat is geen toeval. Satire wordt hier gezien als onderdeel van de vrijheid van meningsuiting, als een aanval op ideeën en instituties, niet op mensen, en als maatschappelijk toegestaan zolang er geen directe oproep tot geweld is. Hans Teeuwen werd uitgescholden, bekritiseerd en door sommigen geboycot, maar hij werd niet verboden. Dat onderscheid is essentieel.
Waarom dit in Indonesië onmogelijk is
In Indonesië zijn staatsgezag, religie en moraal niet beschikbaar voor satire op dit niveau. Een grap die leiders seksueel vernedert, religie expliciet beledigt of heilige figuren belachelijk maakt, wordt niet gezien als humor maar als immoreel, gevaarlijk en strafbaar. Daarom blijft humor veilig en fysiek: lichaam, geluid en ongeluk. De scheet mag. De kroon niet. God zeker niet.
De harde vergelijking
In Indonesië stopt humor waar respect begint. Bij Hans Teeuwen begint humor waar respect eindigt. Dat verschil is fundamenteel. Het gaat niet om smaak of cultuur als folklore, maar om vrijheid versus veiligheid.
Conclusie
Hans Teeuwen gebruikte humor als een sloopkogel: tegen het koningshuis, tegen religie en tegen het idee dat iets onaantastbaar is. Indonesische humor gebruikt humor als een kussentje: om spanning te vermijden, hiërarchie intact te houden en niemand te ontregelen. Daarom kan in Nederland een cabaretier de kroon en God beledigen, terwijl in Indonesië een scheet de veiligste punchline blijft. Dat verschil zegt alles.